Netherlands Long-term Ecosystem Research Network (LTER-NL)

Hoge Veluwe
© Marcel Visser / NIOO

Nederland heeft een lange traditie op het gebied van lange termijn ecologisch onderzoek, waaronder internationaal vermaarde populatieonderzoek aan mezen dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd gestart door het NIOO, populatieonderzoek aan bodemdieren, dat in de jaren zeventig werd gestart door het NIOZ en burgerwetenschappelijke vogelmonitoring dat in de jaren zeventig werd gestart door Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het duurde echter tot 2010 voordat LTER-NL, het Nederlandse netwerk voor Langetermijn Ecosysteemonderzoek tot stand kwam, met WaLTER (Waddenzee Lange Termijn Ecologisch Onderzoek) als uitgangspunt. In 2014 werd LTER-NL, bestaande uit alleen het LTSER-platform Nederlandse Waddenzee, voorlopig toegelaten tot de internationale koepelorganisaties ILTER en LTER-Europe. In 2015 werd het Veluwe LTSER-platform toegevoegd samen met het door België aangemelde LTSER-platform Schelde-estuarium, dat de Nederlandse Westerschelde omvat. In 2016 werd LTER-Nederland onvoorwaardelijk toegelaten tot ILTER en LTER-Europe.

TEST Group photo of the delegates at the ILTER meeting in South Africa in 2016
Group photo of the delegates at the ILTER meeting in South Africa in 2016, where LTER-NL was unconditionally accepted as member of ILTER.
Over

In 2018 is de Europese overkoepelende organisatie LTER-Europe erkend als belangrijke wetenschappelijke infrastructuur en toegevoegd aan de ESFRI Roadmap (afkorting van European Strategy Forum for Research Infrastructures) onder de naam eLTER-RI. Het doel is om in 2028 een volwaardige onderzoeksinfrastructuur te zijn, inclusief het verkrijgen van een Europese juridische status, hoogstwaarschijnlijk een ERIC (European Research Infrastructure Consortium).

In 2020 werden twee eLTER-RI-projecten gefinancierd. Het eLTER Preparatory Phase Project (eLTER PPP) is een door HORIZON 2020 gefinancierde coördinatie- en ondersteuningsactie ter voorbereiding van de implementatie van de eLTER-onderzoeksinfrastructuur. Het eLTER PLUS-project is een door HORIZON 2020 gefinancierde onderzoeks- en innovatieactie (RIA) met drie hoofdpijlers: netwerken, gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en transnationale, externe en virtuele toegang. Het is nauw verbonden met het eLTER Preparation Phase Project (eLTER PPP) en draagt bij aan de implementatie van de eLTER Research Infrastructure (eLTER RI).

In 2022 werd eLTER-NL erkend als Grootschalige Gedistribueerde Onderzoeksinfrastructuur door de Vaste Commissie voor Grootschalige Onderzoeksinfrastructuur in Nederland (zie de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) Nationale Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur 2021. pp. 1 -114).

Gedistribueerde Onderzoeksinfrastructuur

LTER-NL is een gedistribueerde onderzoeksinfrastructuur, d.w.z. dat de infrastructuur wordt gevormd door lange-termijn ecologische, omgevings- en sociaal-economische monitoringgegevens uit begrensde geografische gebieden. Deze gebieden hebben verschillende instrumenten en faciliteiten om de gegevens te verzamelen en te verwerken. Er worden twee soorten gebieden onderscheiden:

LTSER-platforms zijn gebieden die de belangrijkste habitats, vormen van landgebruik en praktijken omvatten die relevant zijn voor de bredere regio (tot 10000 km²) en bestrijken alle schalen en niveaus die relevant zijn voor LTSER (van lokaal tot landschap). Naast deze fysieke component bieden LTSER-Platforms meerdere diensten, zoals het onderhouden van netwerken van bijvoorbeeld onderzoekers of lokale belanghebbenden, databeheer, communicatie en informatie over beheer. LTSER-platforms moeten economische en sociale eenheden vertegenwoordigen of samenvallen/overlappen met dergelijke eenheden waar adequate informatie over de geschiedenis van landgebruik, economie en demografie beschikbaar is om sociaal-ecologisch onderzoek mogelijk te maken.

Binnen LTSER-platforms kunnen meerdere LTER-locaties zijn gelegen, die een beperkte omvang hebben (tot 10 km²) en voornamelijk bestaan uit één habitattype en vorm van landgebruik. De activiteiten concentreren zich op kleinschalige ecosysteemprocessen en -structuren (biogeochemie, geselecteerde taxonomische groepen, primaire productie, verstoringen enz.).

Missie en visie

Onze wereld verandert in een ongekend tempo. Dit is het gevolg van meerdere stressoren die tegelijkertijd op verschillende temporele en ruimtelijke schalen werken, wat leidt tot aanzienlijke verliezen aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten met onvermijdelijk gevolgen voor de mensheid. Inzicht in lang termijn- en systemische effecten en schaal overschrijdende interacties zijn nodig om geschikte mitigerende maatregelen te ontwikkelen, maar dit vereist een veel beter begrip van de samenhang tussen ecosystemen op landschapsschaal. Voor de wetenschappelijke analyse van deze problemen zijn vaak alleen gegevens uit korte tijdreeksen beschikbaar, hoewel het duurzaamheidsprincipe lange termijn observatie en bijbehorende actie impliceert. Het korte termijn karakter van veel onderzoeksprojecten is een onvermijdelijk gevolg van de typische financieringsperioden (2-5 jaar) van onderzoeksprojecten door financiers van wetenschappelijk onderzoek. Bovendien is onderzoek vaak beperkt tot kleine lokale gebieden.

Wat nodig is, zijn datasets voor de lange termijn op landschapsschaal, die bij voorkeur enkele decennia omspannen en verschillende soortengroepen, milieu- en sociaaleconomische variabelen bestrijken. Alleen deze gegevens geven voldoende inzicht in de voortdurende veranderingen in onze ecosystemen. Een aanzienlijke hoeveelheid monitoringgegevens van ecologische, omgevings- en sociaaleconomische variabelen wordt verzameld als onderdeel van monitoringprogramma's door overheidsinstanties, zoals NEM (Network for Ecological Monitoring) en MWTL (monitoring van de chemische en biologische kwaliteit van waterlichamen), gerichte lange termijn onderzoeksprogramma's door onderzoeksinstituten als NIOO en NIOZ, universiteiten als WUR en RuG, burgerwetenschappelijke organisaties, zoals Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vlinderstichting, en particuliere bedrijven, zoals NAM. Veel van deze datasets zijn echter niet direct beschikbaar voor onderzoek naar de invloed van ecologische processen op de samenstelling en het functioneren van biodiversiteit (op het niveau van genen, populaties, soorten, gemeenschappen, tot aan ecosystemen) als gevolg van een veranderend klimaat en veranderingen in landgebruik.

Op grond van het bovenstaande heeft LTER-NL de volgende doelen:

  1. Maak voor alle belangrijke landschappen in Nederland lange termijn ecologische en biodiversiteitsdata beschikbaar volgens de FAIR principes. Landschappen die op dit moment al tot de infrastructuur behoren, zijn het kustlandschap van het waddengebied en het Schelde-estuarium, en het terrestrische landschap van de Veluwe.  Er zijn twee belangrijke nevendoelen:

     

    • Onderzoek of er belangrijke variabelen ontbreken in de huidige monitoringprogramma's en zoek naar manieren om monitoring van deze variabelen te starten.

    • Onderzoek welke belangrijke Nederlandse landschappen ontbreken in de infrastructuur en voeg ze toe als LTSER-platforms aan eLTER-NL.

  2. Aanbieden van de instrumenten, waaronder digital twins, om de vele ecologische, ecologische en sociaaleconomische monitoringgegevens te integreren, waardoor het nastreven van prangende wetenschappelijke vragen mogelijk wordt. Er zijn twee belangrijke nevendoelen:

     

    • De instrumenten aanbieden om de LTER-gegevens te integreren met gegevens van andere gedistribueerde onderzoeksinfrastructuren zoals NEMNET, dat verschillende omgevingsparameters bewaakt, zoals luchtkwaliteit, bodem- en grondwaterkwaliteit.

    • Om links te ontwikkelen naar de Virtual Labs ontwikkeld door de e-Science Infrastructure for Biodiversity and Ecosystem Research (https://www.lifewatch.eu/)

  3. Organiseer het bestuur van de infrastructuur.

LTER-NL heeft een sterke inbedding in internationale activiteiten. Dit levert voor alle deelnemers veel voordelen op, zoals toegang tot internationale datasets, samenwerking met buitenlandse collega's, de uitvoering van gezamenlijke projecten en de ontwikkeling van regio-overschrijdende vergelijkende studies.

Nieuws

Nieuws

In november 2021 stelde NWO de call voor de eerste financieringsronde open voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur (GWI). Alleen Roadmap consortia die deel uitmaken van de Groepen zoals gedefinieerd in de Roadmap 2021 kunnen financiering aanvragen voor de realisatie van hun GWI-plannen. Voor deze ronde heeft LTER-NL samen met LifeWatch-Nederland (UvA) en NemNet (RIVM) LTER-LIFE gevormd. Een consortium van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Universiteit van Amsterdam (UvA), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en Wageningen University & Research (WUR) zal het LTER-LIFE voorstel indienen. In februari 2022 is de aanvraag ingediend en NWO verwacht in januari 2023 een besluit te nemen over al dan niet toekennen van de aanvraag.

Onderzoek

Onderzoek

De infrastructuur maakt de lange termijngegevens beschikbaar die nodig zijn om het volgende onderzoek uit te voeren:

Procesgericht ecosysteemonderzoek

  • Fundamenteel onderzoek aan ecosysteemprocessen
  • Onderzoek naar functioneel en structureel belangrijke ecosysteemcompartimenten
  • Langetermijn effecten van drukfactoren en hun cumulatieve effecten op ecosysteemfuncties en -diensten

     

Onderzoek naar biodiversiteit en natuurbehoud

  • Vastleggen van de status, trend en functionele relaties van soorten
  • Bepalen van de randvoorwaarden voor het voortbestaan van soorten op lange termijn, hun genetische diversiteit en ecologische integriteit en functionaliteit van habitats
  • Bescherming van ecosysteemdiensten die afhankelijk zijn van biodiversiteit
  • Analyse van de aanpassing van soorten en habitats aan global change (inclusief klimaatverandering) en ontwikkeling van scenario’s daarvoor

Sociaal-ecologisch onderzoek

  • Sociaal-ecologisch basisonderzoek: (1) de interactie tussen maatschappij en natuur, (2) sociaal-ecologische transities, (3) veranderingen in het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
  • Milieugeschiedenis en historisch onderzoek naar duurzaamheid
  • Geïntegreerde socio-ecologische modellering: (1) proces- en systeemkennis, (2) scenario's, (3) interdisciplinaire integratie
  • Helpen bij het effectief reageren op grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld duurzame water-, voedsel- en energievoorziening, bevolkingsgroei, gezondheid)
Onderzoeksgebieden

Onderzoeksgebieden

Informatie over de huidige LTER-NL gebieden is vastgelegd in DEIMS-SDR (Dynamic Ecological Information Management System - Site and dataset registry). DEIMS-SDR is een informatiebeheersysteem dat het mogelijk maakt om locaties voor lange termijn onderzoek aan ecosystemen over de hele wereld te ontdekken, samen met de gegevens die op die locaties zijn verzameld en de mensen en netwerken die ermee verbonden zijn. DEIMS-SDR beschrijft een breed scala aan locaties en biedt een schat aan informatie, waaronder de locatie, ecosystemen, faciliteiten, gemeten parameters en onderzoeksthema's van elke locatie. Het is ook mogelijk om toegang te krijgen tot een groeiend aantal datasets en dataproducten die aan de sites zijn gekoppeld.

LTSER-platform Nederlandse Waddenzee

Het Nederlandse Waddenzeegebied is een groot kustgebied (615.510 ha) in het noorden van Nederland. Een reeks bewoonde eilanden (opgenomen in LTSER Nederlands Waddenzeegebied) scheiden de Nederlandse Waddenzee van de Noordzee. De eilanden omvatten zandstranden, duinen (lokaal met aangeplante bossen), begraasde en onbegraasde kwelders en polders met weilanden en dorpen. De Nederlandse Waddenzee zelf bestaat uit wadplaten en sublitorale getijdengebieden. De zuidelijke grens van het gebied bestaat uit bewoonde polders, waarvan een groot deel uit ingepolderde kwelders bestaat. De Nederlandse Waddenzee maakt deel uit van de internationale Waddenzee en strekt zich uit langs de kusten van Denemarken, Duitsland en Nederland. De internationale Waddenzee omvat het grootste waddengebied ter wereld, waar natuurlijke processen grotendeels ongestoord verlopen.

Informatie over milieu, ecologische en sociaal-economische data wordt gedeeld via Basismonitoring Wadden. Via Datahuis Wadden worden de gegevens beschikbaar gesteld. De Waddenacademie wil de wetenschappelijke basis leggen voor een economisch en ecologisch verantwoorde toekomst van het Waddenzeegebied, een Werelderfgoed. Daartoe identificeert het belangrijke hiaten in de bestaande kennis van het waddengebied, biedt het een kader voor toekomstig onderzoek en verspreidt het de resultaten van dat onderzoek. De beheerautoriteit Waddenzee wil de samenwerking tussen beheerorganisaties versterken door een integraal beheerplan voor de Waddenzee te ontwikkelen. De Coalitie Wadden Natuurlijk (CWN) vertegenwoordigt acht natuurorganisaties die de handen ineen slaan om de natuurwaarden van de Nederlandse Waddenzee te behouden en te verbeteren.

De Nederlandse Waddenzee maakt deel uit van de internationale Waddenzee, die samen met de Duitse en Deense Waddenzee het grootste intergetijdengebied ter wereld vormt. Duitsland en Denemarken maken deel uit van eLTER-RI, maar alleen de Duitse delen zijn aangewezen als LTER-gebieden. Als Denemarken ook het Deense deel als LTER-gebied zou opnemen, zou dit de weg vrijmaken voor de internationale Waddenzee als een trilateraal LTSER-platform. Er is al veel noodzakelijke structuur beschikbaar. Het Gemeenschappelijk Waddenzeesecretariaat (CWSS) ondersteunt, faciliteert en coördineert de Trilaterale Waddenzee Samenwerking (TWSC). Deze grensoverschrijdende, op ecosystemen gebaseerde samenwerking was een voorwaarde voor de aanwijzing van de Waddenzee als Werelderfgoed. Het omvat het Trilateral Monitoring and Assessment Program (TMAP), dat een breed scala aan onderwerpen omvat, zoals morfologie, ecologische processen, dieren in het wild en menselijke activiteiten.

Het Nederlandse wad
Het Nederlandse wad

LTSER-platform Veluwe

De Veluwe ligt in de provincie Gelderland, Nederland, ten westen van de rivier de IJssel en ten noorden van de rivier de Rijn. De regio herbergt het grootste aaneengesloten terrestrische natuurgebied van het land: zo'n 91.947 ha maakt deel uit van het Natura 2000-gebied. Het natuurlijke landschap bestaat uit een mix van bossen, heidevelden, zandverstuivingen, meren en heidevelden. De eerste menselijke bewoners vestigden zich vele duizenden jaren geleden en het gebied is nu dichtbevolkt. Sporen van grafheuvels en landbouwvelden vormen het bewijs van voormalige menselijke nederzettingen. Tijdens de prehistorie en in de middeleeuwen werd op de Veluwe ijzer en hout gewonnen. Vanaf het begin van de 19e eeuw vond er grootschalige ontbossing

plaats, met grote gevolgen voor de natuur en het landschap van het gebied. De menselijke kolonisatie nam in de 20e eeuw snel toe. Dit leidde tot meer infrastructuur, intensievere landbouw en meer waterwinning, met gevolgen voor de grondwaterstanden en de biodiversiteit. De huidige natuurgebieden op de Veluwe zijn omgeven door landbouw, nederzettingen of infrastructuur. Hierdoor is er veel interactie tussen mens en natuur. Zo trekken het Nationaal Park De Hoge Veluwe en het Kröller-Müller museum en omliggende attracties meer dan een half miljoen bezoekers per jaar. De unieke omstandigheden van dichtbevolkte gebieden in combinatie met de natuur bieden grote mogelijkheden om onderzoek te doen naar de uiteenlopende interacties tussen natuur en mens. Op de Veluwe is al veel ecologisch en sociaal-economisch onderzoek gedaan, waardoor het van meet af aan een kwalitatief hoogstaand LTSER-platform is.

LTSER-platform Schelde-estuarium en zijn alluviale vlakten

Het LTSER-platform Schelde-estuarium begint aan de monding van de rivier bij Vlissingen (Nederland) en strekt zich uit tot Gent, 160 km van de monding verwijderd, waar de getijde-invloed wordt tegengehouden door sluizen. Ook de zijrivieren de Durme en de Rupel, met de Nete, Dijle en Zenne staan onder invloed van het getij en worden beschouwd als onderdeel van het estuarium. De natuurlijke overstromingsgebieden rond de rivier en de valleien tot 5m TAW maken ook deel uit van het studiesysteem.

In 2005 ondertekenden Vlaanderen en Nederland een verdrag om samen te werken aan beleid en beheer van het Schelde-estuarium. Toen het verdrag in 2008 in werking trad, betekende dit de start van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC). Abiotische en biotische monitoringgegevens zijn toegankelijk via het dataportaal van de ScheldeMonitor.

Organisatie

Organisatie

Contact (Coördinatie)

Marcel E. Visser, NIOO-KNAW
Marcel E. Visser, NIOO-KNAW
Bruno J. Ens, Sovon
Bruno J. Ens, Sovon

Partner instituten & organisaties
 

NIOO-KNAW Nederlands Instituut voor Ecologie https://nioo.knaw.nl/
NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee  https://www.nioz.nl/en
RWS Rijkswaterstaat https://www.rijkswaterstaat.nl/
Sovon Sovon Vogelonderzoek Nederland https://www.sovon.nl/
WMR Wageningen Marine Research https://www.wur.nl/en/Research-Results/Research-Institutes/marine-resear...
WUR Wageningen University & Research https://www.wur.nl/